De grootsheid, ruigheid en schoonheid zitten hem niet in de hoogte van de bergtoppen, maar in de spectaculaire dieptes van de ravijnen die uitgesleten zijn door erosie van zowel onder- als bovengrondse wateren.

De heuvels en bergtoppen bereiken een hoogte van 1.870 m bij Cabeza de Guara en zijn rond van vorm. Aan de voet van de talrijke rotswanden strekken zich rotsige terreinen uit, waar zich duizenden rotsstukken ophopen die naar beneden zijn gekomen als gevolg van een ijswig.

Op de bergtoppen van de Valle de Rodellar dalen grote hoeveelheden regenwater neer die doordringen tot de bodem en ondergrondse rivieren (karstverschijnselen) veroorzaken.

Soms komen deze ondergrondse rivieren weer aan de oppervlakte, we spreken dan van een resurgentiebron (voorbeelden hiervan zijn Mascún, la Tamara of El Puntillo).

Wanneer er sprake is van hevige regenval wordt het water dat tot de kern van het gebergte is doorgedrongen afgevoerd langs scheuren in de helling waardoor er rivieren of bergstromen (zoals de Solencios de Pedruel en de Solencios de Marrano) ontstaan. Bij het vervolgen van hun route hebben deze rivieren moeten uitwijken via scheuren in het kalkachtige oppervlakte. Als gevolg van het koude water dat gedurende miljoenen jaren door deze scheuren stroomde vielen rotsen uiteen, waardoor er diepe ravijnen en kloven zijn ontstaan. Deze ravijnen en kloven zorgen voor een landschap dat uniek is voor Europa. Het water slijt de rosten uit en creëert niet alleen gangen in het gesteente, maar ook cilindrische uithollingen waterpoelen en prachtige natuurlijke zwembaden.

Grote stenen veroorzaken labyrinten en chaos in de bedding van het ravijn waardoor het water een uitweg zoekt en er spuitwater ontstaat.

Gorgas Negras, Mascún, los Oscuros de Balced, el barranco de Fornocal en los cañones del Vero, zijn vanwege hun spectaculaire karakter reeds opgenomen in de lange lijst van ravijnen die het park tot een waar paradijs maken voor de echte avonturiers.

Aan het uiteinde van het ravijn vormen zich indrukwekkende verticale rotswanden, hoge rotskammen (Ciudadela de Mascún) en scherpe bergspitsen (Cuca de Bellosta in Mascún), open holtes en puntige rotsen (muren van de Vero) en zelfs leegtes die ontstaan zijn door de erosie van de zwakkere lagen van de bergkammen, ook wel foraus of portales genoemd (voorbeelden hiervan zijn Portal de la Cunarda en Ventana de Mascún). Ook zijn er in overvloed  “palomeras” aanwezig. Dit is de naam die aan deze ravijnen wordt gegeven omdat duiven hier vaak hun nest bouwen in de openingen en beschutte plekken.

De rivieren monden daarna uit in de vallei tussen de sedimentaire roodkleurige rotsen, waardoor het landschap vol monolieten, verticale rotswanden en ronde silhouetten een indrukwekkend uitzicht vormt. Deze uitkijkposten houden in stilte toezicht op het geologische koninkrijk van Guara.

Eén van de meest spectaculaire uitkijkposten is Huevo de Marrano.

Een andere  belangrijke aantrekkingskracht van het gebergte is het grote aantal fossielen. In het geologische tijdvak Mesozoïcum lag een deel van dit gebied onder zeeniveau, waardoor er vele diersoorten konden floreren: tweekleppige weekdieren, zee-egels en zeesterren, die gemakkelijk te vinden zijn wanneer zij versteend zijn. Op de plek die bekend staat als Mallata de los Dineretes wemelt het van de nummulieten,  platte en ronde fossielen, die doen denken aan kleine munten.

Vergeet niet dat de fossielen beschermd zijn door de Aragonese eigendomswet en dat het verboden is om ze mee te nemen. 

 

  • Guara_Relieve_6
  • Guara_Relieve_7
  • Relieve_Guara
  • Relieve_Guara_2
  • Relieve_Guara_3
  • Relieve_Guara_4
  • Relieve_Guara_6